Ook al is hij nu formeel gestopt in zijn vak, Bram Bakker blíjft een van de bekendste en opvallendste (ex-)psychiaters van Nederland. Hij werd opgeleid in de psychiatrie in de Valeriuskliniek en het VU medisch centrum in Amsterdam, promoveerde in 2000 op angstaanvallen en ging datzelfde jaar aan de slag als psychiater in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis. Naast het behandelen van patiënten publiceerde hij artikelen en boeken en werd uitgever. Inmiddels is hij medisch directeur van Spoor6, behandelcentrum voor verslavingszorg in Bussum.

Psychiaters besteden steeds meer tijd aan het plakken van diagnostische stickers ten behoeve van een zorgverzekeraar…

Vaarwel psychiatrie!

Een enquête onder psychiaters bracht onlangs aan het licht dat liefst één op de drie overweegt het vak te verlaten. Zelf hoor ik daar niet bij, want ik ben al vertrokken…

Daar ging een lang proces aan vooraf, dat ik beschreef in een boek, Gevoelsarm. Maar niet iedereen weet daarvan of leest dat boek, dus verzin dan eens een beknopt antwoord op de vraag waarom je een vak verliet waar je zo dol op bent. Ik doe een poging, waarbij een onderscheid tussen twee soorten argumenten behulpzaam kan zijn.

Werkplezier

Allereerst zijn er de beperkingen die los van mij als persoon het werkplezier van vrijwel iedere psychiater verminderen: de wetten en regels met bijpassende verantwoordelijkheden (en risico’s) die maar blijven toenemen. Bureaucratie, administratieterreur, hoe je het ook noemt, de tijd die moet worden besteed aan niet-patiëntgebonden werkzaamheden is enkel gegroeid de afgelopen jaren. Zonder dat de patiënt er beter door geholpen werd of de dokter een betere behandelaar.

Psychiaters besteden steeds meer tijd aan het plakken van diagnostische stickers ten behoeve van een zorgverzekeraar of het aanmaken van elektronische recepten voor mensen die ze vaak amper kennen. Steeds meer psychiaters ontvluchten het dienstverband om nog enige controle over de eigen werkzaamheden te behouden. Mij werd het teveel: ik wil mensen helpen, geen procedures volgen. Me geen slaaf voelen van een log en onpersoonlijk systeem.

Trauma

De tweede argumenten-categorie betreft het onpersoonlijke dat in de ggz (en misschien wel de hele zorg) domineert. Ik ben zelf minstens zo getraumatiseerd als veel van mijn klanten. Uiteraard wil ik ze daar niet mee lastig vallen, maar: ik heb ook geen zin meer (of geen energie) om te doen alsof bij mij persoonlijk alles perfect op orde is, in mentaal opzicht. Ik werd opgeleid met ‘professionele distantie’ als mantra. Zonder dat deze houding ooit ‘evidence based’ is bevonden.

Mijn persoonlijk behoefte was tegenovergesteld: maximale betrokkenheid, minimale ongelijkheid in een persoonlijk contact. Hoe meer ik mezelf durfde te zijn, hoe beter ik werd… Met altijd de angst voor het tuchtcollege dat je al een sanctie oplegt als je van een richtlijn afwijkt. Ik heb mezelf bevrijd, en misschien heb ik ook de psychiatrie bevrijd van mij….

Ik blijf overigens gewoon zorgverlener, maar met beperkte status: arts en oud-psychiater. Om de cirkel rond te maken houd ik een heus afscheidscollege. Je bent van harte welkom, live of online….

https://www.posttheater.nl/activiteit/98984/2021-12-12/bram-bakker-ook-via-livestream