Ivan Wolffers is schrijver, arts en emeritus hoogleraar. Hij combineert al tientallen jaren zijn liefde voor de wetenschap met zijn liefde voor de literatuur. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht. In de jaren zeventig zette hij, met studiegenoten, de eerste gezondheidswinkels op. Ook schreef hij medische handboeken en werd hoogleraar Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden. Wolffers schreef romans, kinderboeken, medische voorlichtingsboeken en wetenschappelijke literatuur. Zijn voorlaatste boek is: ‘Overleven (2019)’ over onder meer zijn prostaatkanker. Eind juni dit jaar verscheen: 'Het leven, het leven' - Zie ook: www.ivanwolffers.nl

Menselijk contact

Eindelijk konden we vorige week de sleutel van het huis van mijn schoonmoeder inleveren. De dame van de woningbouwvereniging excuseerde zich voor de problemen die we hadden om met haar in contact te komen. Volgens haar waren in de Coronatijd de telefoonlijnen overbezet door mensen die opbelden en om huurverlaging vroegen. Daardoor duurde het echter wel erg lang voordat wij de deur achter ons konden sluiten.

Voor de laatste keer keek ik in de lege kamer naar de plaats waar de grote zwarte leren bank had gestaan, waarop iedereen wilde zitten, de volwassenen en kinderen met een bord op schoot dat zojuist opgeschept was uit de pannen met Indische gerechten. Daartegenover was de plaats waar de televisie had gestaan waarop we samen in 1974 naar Nederland Duitsland hadden gekeken en ik voelde weer dat diepe verdriet van ons allemaal. Boven de televisie in scherp begrensde witte vlakken de plaats waar de foto’s van kinderen en kleinkinderen hingen, alsof mijn schoonmoeder de herinnering had meegenomen en ons met een lichte plek had achtergelaten. Het was een overvol nest geweest waar we in vreugde en tegenslag met velen bij elkaar kropen. We hielden van elkaar.

Dat deel van onze levens is nu voorgoed voorbij.

Magnoliaboom

We hoefden gelukkig niet de executie van de grote Magnoliaboom die tweemaal per jaar bloeide waarvan mijn schoonmoeder in het voorjaar zo genoot en in de schaduw waarvan wij in de zomer verkoeling zochten zelf te voltrekken.

De volgende dag was ik in het ziekenhuis om mijn bloed te laten prikken. Sinds dat om de zes weken gebeurt om de randen van de mogelijkheden om mijn leven in te vullen zoals ik gewend ben op te zoeken, kom ik er vaker en beweeg mee in de toenemende regelgeving om de gemeenschap uiteen te halen, mensen op anderhalve meter van elkaar te zetten. Bij de machine die de bonnetjes voor de wachtlijst uitspuugt staat een man met een plastic vizier dat op en neer beweegt met de drukte. Bij elke klant gaat hij naar beneden en pakt hij het nummerbonnetje om aan de patiënten te overhandigen en zodra dat gebeurd is schuift hij het vizier weer snel omhoog. Zie ik een flauwe glimlach bij hem of een vermoeide grimas omdat hij dit de hele dag moet doen?

Blauwe plek

Als ik uiteindelijk geprikt word kom ik wel heel dicht in de buurt van menselijk contact. De jonge vrouw in haar witte jas trekt de band om de bloedvaten te verwijden rond mijn rechter bovenarm professioneel strak, poetst mijn elleboogholte met een watje alcohol schoon en voelt zorgvuldig met twee vingers waar zich een gemakkelijk bloedvat aandient. Uiteindelijk brengt ze de naald pijnloos bij me naar binnen en vult als een vampier een paar buisjes met mijn bloed. Ze schudt de buisjes heen en weer en ik kijk door de plastic afscheiding, wacht tot ik haar ogen op me gericht zie en zeg dan duidelijk. ‘Dank je voor de prik. Dat heb je goed gedaan.’ Ze schenkt me een hartelijke glimlach. Als klein cadeau geeft ze me nog het advies mee om af en toe op de pleister met gaasje dat ze na de prik op mijn arm heeft achtergelaten te drukken.

‘Waarom?’ vraag ik verbaasd. Zo lang arts geweest en ik heb nooit geweten dat het nuttig kan zijn. ‘Dan krijg je minder gemakkelijk een blauwe plek,’ antwoordt ze.

Veilig kom ik terug bij mijn auto. Onderweg naar huis moet ik in eens denken aan ‘Terms of Endearment’, de met vijf Oscars bekroonde film uit 1983. Hij gaat over de reeks aan soorten van affiniteit tussen mensen. Zou er vandaag de dag een remake van de film worden gemaakt dan is het landschap van liefde van meer dan vijfendertig jaar geleden drastisch veranderd en dat proces begon al voordat het Coronavirus zich bij ons aandiende. Die zorgt echter wel voor een versnelling van de verschraling aan contacten met andere levende wezens en de manier waarop we van elkaar houden.

Vrijen

Gisteren las ik dat Canada’s chief public health officer, Theresa Tam, adviseert om tijdens het vrijen met iemand buiten je eigen woongemeenschap een masker dat neus en mond afdekt te dragen en het kussen over te slaan. Solo seks zou de veiligste manier zijn om de overdracht van het virus te beperken. Een intake gesprek met je partner in passie is ook zinvol: koorts, snotneus en ben je recent in contact geweest met iemand met COVID-19. Ja? Laat je eerst testen en dan wachten we eerst de uitslag even af.

In zo’n remake van de film zou Theresa de hoofdpersoon zijn die van meisje in een kleine huiskamer op de zwarte bank tegen haar broers en vader aanzit en uiteindelijk via de televisie uitlegt hoe je de meest basale vorm van liefde zo vorm geeft dat de risico’s van intimiteit zo gering mogelijk zijn.

Het Coronavirus zorgt voor een versnelling van de verschraling aan contacten met andere levende wezens en de manier waarop we van elkaar houden.

Foto: W.G. Bieber/Pixabay