Cisca Dresselhuys (1943, Leeuwarden) behoeft nauwelijks introductie: hoewel haar journalistieke loopbaan bij het dagblad Trouw begon, verwierf zij landelijke bekendheid als hoofdredactrice van het feministisch maandblad Opzij (1981-2008). In haar eerste pensioenjaren schreef zij onder meer het boek ‘Drukker dan ooit’ (2011), en maakt nu columns en interviews voor verschillende tijdschriften… en opnieuw Trouw.

Jeroen van Merwijk overladen met lof aan het einde van zijn leven

Een schilderende Jeroen van Merwijk  – Beeld: Diederik van Vleuten

‘Kanker voor beginners’, een leerzaam maar ook geestig boek

Talloze mensen, die getroffen zijn door een ernstige ziekte of de dood van een dierbare, schrijven daar een boek over. Omdat ze daar zelf behoefte aan hebben of omdat ze daarmee anderen, die hetzelfde meemaken, van dienst willen zijn. Ik ben geen liefhebber van dit genre. Niet omdat ik een lucht-op-en-treur-niet-type ben, dat flierefluitend door het leven gaat. Integendeel, ik ben nogal zwartkijkerig en heb ook wel het een en ander voor m’n kiezen gehad, maar dat betekent niet dat ik behoefte heb om over andermans leed te lezen. Integendeel. Waarschijnlijk ben ik een uitzondering, want juist dit soort boeken (neem bijvoorbeeld het boek van Isa Hoes over de zelfmoord van haar man Anthonie Kamerling) worden vaak bestsellers.

Overleden kind

Toen ik jaren geleden een nieuwe redactrice bij Opzij aannam, vroeg ik haar wat zij tot dan toe gedaan had. Ze bleek ‘chef ziek en dood kind’ – zo noemde ze het cynisch – bij een vrouwenweekblad te zijn geweest. Het was haar taak regelmatig verhalen te schrijven over ernstig zieke kinderen, die beter waren geworden. Een enkele keer moest ze het hebben over een overleden kind, maar dan moest daar wel iets positiefs over te melden zijn, bijvoorbeeld dat de ouders een organisatie hadden opgericht waarmee ze geld binnenhaalden voor de bestrijding van de ziekte, waaraan hun kind was overleden. Dergelijke verhalen werden ‘gevreten’, zoals zij het noemde. Ik heb dat nooit begrepen en liet al die egodocumenten over kwalen en dood links liggen.

Steeds op dezelfde rustige manier heeft hij geaccepteerd dat zijn leven, op z’n 65-ste, ten einde loopt. Hij heeft daar vrede mee.

Totdat ik onlangs het boekje ‘Kanker voor beginners’ van cabaretier Jeroen van Merwijk las. Inmiddels weet vrijwel iedereen dat hij terminaal ziek is, hij heeft uitgezaaide darmkanker, waaraan hij niet meer behandeld wordt. Op tv en in kranteninterviews heeft hij hierover verteld. Steeds op dezelfde rustige manier heeft hij geaccepteerd dat zijn leven, op z’n 65-ste, ten einde loopt. Hij heeft daar vrede mee. Jeroen is zelfs gelukkiger dan ooit, heb ik hem verschillende malen horen zeggen. Zijn leven als cabaretier ging niet over rozen. Weliswaar is hij een begenadigd liedjesschrijver (hij schreef er heel veel, ook voor collega’s als Karin Bloemen, Harrie Jekkers, Adèle Bloemendaal en Hans Dorrestijn), maar zijn eigen zalen waren zelden of nooit uitverkocht.

Humoristen

Dat hij daarover nu niet meer hoeft in te zitten, geeft hem rust,  schrijft hij in zijn nieuwe boek. Hij was nooit een vrolijke Frans, zoals meer professionele humoristen. Melancholie en tobberijen maken een belangrijk onderdeel uit van zijn karakter. Daarover schrijft hij: ‘Ik beschik over een hoeveelheid zelfhaat, die het leiden van een tevreden leven moeilijk maakt’. En dus was het niet vreemd, dat het eerste gevoel, dat bij hem opkwam, toen hij te horen kreeg, dat hij uitgezaaide kanker had: ‘Hè, hè, eindelijk van het gezeik af’. Nu hoeft hij zich immers geen zorgen meer te maken over de financiële kant van het bestaan en het leger worden van de zalen, waarin hij optreedt.

Ga ik er nog van alles aan laten doen, ‘er tegen vechten’, zoals dat in de volksmond heet, of laat ik de natuur zijn gang gaan?

Het eerste belangrijke besluit dat hij moest nemen na dat ‘vonnis’ was: ga ik er nog van alles aan laten doen, ‘er tegen vechten’, zoals dat in de volksmond heet, of laat ik de natuur zijn gang gaan. Zo’n besluit neem je niet alleen, daar hoort overleg met je naasten, maar ook met de artsen bij. Voor hem betekende het, dat hij, vooral voor zijn vrouw, oude moeder en broers en zus nog wel een chemokuur wilde ondergaan. Inmiddels heeft hij die achter de rug.

Tekst leest verder onder fotoJeroen van Merwijk in zijn huis in Frankrijk  – Beeld: Diederik van Vleuten

Chemokuren

Deze zomer vertrok hij naar zijn huis in Frankrijk met twee chemokuren in pilvorm bij zich. Nadat die op waren is hij in Frankrijk gebleven, zonder verdere behandeling. ‘Waarom zou ik terugkomen naar Nederland? Daar kan ik alleen maar in m’n bed gaan liggen, hier heb ik mooi weer en mijn atelier, waar ik, als ik me goed voel, kan schilderen en tekenen’, vertelde hij me tijdens een telefoongesprek. Behalve cabaretier is hij namelijk schilder en tekenaar, ooit cum laude afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.

‘Hoe maak ik mijn terminale ziekte wereldkundig’. Hij wilde daar zelf de hand in hebben en niet zijn overgeleverd aan uitgelekte berichten in de roddelpers

Een van de dingen, die hij, als een in het openbaar optredende persoon, moest beslissen, was: hoe maak ik mijn terminale ziekte wereldkundig. Hij wilde daar zelf de hand in hebben en niet zijn overgeleverd aan uitgelekte berichten in de roddelpers. In een paar interviews in landelijke kranten en het t.v.programma ‘Volle Zalen’ vertelde hij wat er met hem aan de hand is, nadat hij eerst zijn familie en vrienden persoonlijk had ingelicht.

Stortvloed

Wat hem daarna overkwam, heeft hem totaal verrast, maar heel gelukkig gemaakt, een stortvloed aan meelevende en lieve berichten van bekenden, maar ook totaal onbekenden en een Edison voor zijn hele oeuvre als liedjesschrijver. Maar het allermooiste geschenk vond hij de cd, die dertig collega-cabaretiers en muzikanten voor hem maakten, allemaal uitvoeringen van zijn liedjes. Op initiatief van vriend Herman Finkers zingen o.a. Diederik van Vleuten, Hans Dorrestijn, Mike Boddé, Katinka Polderman, Harrie Jekkers, Paul van Vliet en Herman Finkers nummers van Van Merwijk.

Ook zijn boek ‘Kanker voor beginners’ doet het goed. ‘Deze successen had ik wel eerder in m’n leven kunnen gebruiken’, vertelde hij me onlangs glimlachend.

Als je in het ziekenhuis iemand ziet met goede schoenen, is dat een dokter

Hoe gek het misschien klinkt, ik heb zijn boek met plezier gelezen. Omdat hij ook onder deze omstandigheden alles wat hem overkomt, helder, geestig en met het oog van een scherpe waarnemer beschrijft. Tegelijkertijd voert hij de lezer rustig mee in het hele medische proces, waarmee een kankerpatiënt te maken krijgt. Dat begint bij de ontdekking van de ziekte, gevolgd door alle onderzoeken, die daarbij horen en uiteindelijk de chemokuur met zijn bijwerkingen, alles komt aan de orde, op een duidelijke, niet angstaanjagende manier. Ook schrijft hij herhaaldelijk met grote waardering over de deskundige en empathische manier waarop hij behandeld is in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis.

Nevenzaken

Daarnaast blijft hij oog houden voor nevenzaken, zoals: hoe weet je of iemand een verpleegkundige of een arts is? Zijn antwoord: kijk naar hun schoeisel, verpleegkundigen lopen allemaal op Zweedse klompen, als je iemand mooie schoenen ziet dragen, weet je zeker dat het een arts is. Toch nuttige kennis voor een patiënt.

Of er na ‘Kanker voor Beginners’ nog een ‘Kanker voor Gevorderden’ komt? Van Merwijk zelf: ‘Dat is natuurlijk zeer de vraag’. Ik hoop het van ganser harte, dat zou immers betekenen dat deze bijzondere man nog geruime tijd van leven heeft.

Cisca Dresselhuys

  • Jeroen van Merwijk; ‘Kanker voor beginners’, uitgeverij Thomas Rap, 19.99 euro.
  • ‘Leve van Merwijk’, c.d. met 17 liedjes van Van Merwijk, via lucasvanmerwijk.com/shop, 20 euro.

Jeroen van Merwijk. Beeld: Merlijn Doomernik