Het is een vraag op het verkeerde moment. Het is ongepast, onkies en verre van empathisch naar nabestaanden toe.

Het coronavirus… een hype?!

Wat is de definitie van een hype?

Ik heb het voor de zekerheid maar even opgezocht in het woordenboek. Dit is hoe de gezaghebbende Van Dale (niet alleen in lijvige boekdelen, maar tegenwoordig ook online) het typeert: ‘Iets nieuws dat tijdelijk sterk de aandacht trekt, maar weinig voorstelt’.

Wikipedia dan, de breed georiënteerde internetvraagbaak, beschrijft de hype aldus: Een hype is een verschijnsel dat tijdelijk bovenmatige media-aandacht krijgt en daardoor belangrijker lijkt dan het in werkelijkheid is.’

Is bijvoorbeeld de wereldwijde uitbarsting van het coronavirus een hype? Voldoet dit vaak dodelijk verlopende ziektebeeld Covid-19 daaraan? Op basis van bovenstaande formuleringen zou je zeggen dat de pandemie daar niet bij in de buurt komt.

Management

Toch zijn er in dit land (met 17 miljoen deskundigen) mensen die daar anders over denken. Zoals René ten Bos, hoogleraar filosofie managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ,,Ja! Natuurlijk is het een hype”, zegt hij. ,,De intensiteit van de emoties die er door veroorzaakt worden, zal weer verdwijnen.”

Natuurlijk, over een jaar of zes…

De eigenzinnige denker, zoals Ten Bos zich gaarne afficheert, meent het ook nog – een hype dus! Hij werd ernaar gevraagd door het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, dat hem vervolgens uitnodigde zijn gedachten daarover in een artikel te vervatten. Waarom? Nou, leuk voor het december-themanummer. Over hypes.

In een golf van verdriet, in een waas van verbijstering lezen nabestaanden nu dat hun geliefde ten gevolge van een hype is overleden…

Maar eigenlijk is ’t te onfris voor woorden om juist nu die vraag te stellen. Zeker in een tijd waarin bijna 1,8 miljoen wereldburgers aan de coronaziekte Covid-19 zijn overleden en ruim 80 miljoen mensen zijn geïnfecteerd met het virus, dat het dagelijks leven van zo’n beetje alles en iedereen in de wereld op zijn kop heeft gezet. Zo’n vraag getuigt van weinig goede smaak, wetend dat ruim 13.000 Nederlanders dood zijn door het virus (bron CBS), hun partners, kinderen, familie en vrienden achterlatend. In een golf van verdriet, in een waas van verbijstering lezen zij nu dat hun geliefde ten gevolge van een hype is overleden…

Onkies

Toch meent het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde die vraag te mogen stellen, ook al gaat het hier over een van de grootste na-oorlogse gezondheidscrises in de wereld. En zolderkamergeleerde Ten Bos vindt het klaarblijkelijk een uitdagend thema om over te filosoferen. Maar dat is dus precies wat er mis is met het eindejaars-themanummer over hypes van ‘het NTvG’, zoals het weekblad afgekort in de doktersmond heet. Het is een vraag op het verkeerde moment. Stel hem later, maar niet nu. Het is ongepast, onkies en verre van empathisch naar nabestaanden toe. Maar dat zal de redactie van het artsentijdschrift ongetwijfeld niet interesseren. Die zal dit tegenspreken en van mening zijn dat dit ‘slechts’ het oordeel is van ‘de mainsteam-pers’, zoals filosoof Ten Bos – naar omlaag kijkend vanaf zijn zolderkamer – dagelijkse nieuwsvoorzieners beziet.

Dit ‘griepje’ heeft de grootste sterfte in dit land sinds de Tweede Oorlog veroorzaakt…

Ik vraag me af of Ten Bos en de schrijvers van het weekblad zelf op Covid-afdelingen zijn geweest. Waar de dood als een aerosol in de lucht hangt, waar het sterven massaal en gruwelijk routinematig verloopt, waar ‘het griepje’ de grootste sterfte in dit land sinds de Tweede Oorlog heeft veroorzaakt, en dus iedere kans verkeken lijkt. Waar radeloze artsen en verpleegkundigen indrukken opdoen die de rest van hun leven bij hun zullen blijven, en die ze mogelijk niet van zich zullen kunnen afschudden.

Want, hoezo hype?

Dan nog maar wat diep-filosofische gedachten van René ten Bos over het hoe en waarom van de hype, uit zijn NTvG-artikel: ,,Een hype is niets anders dan het verschijnsel dat mensen op een bepaalde manier gevoelig raken voor bepaalde soorten informatie. Wie frequent te horen krijgt dat we te maken hebben met ‘een onzichtbare vijand’ waarmee ‘we in oorlog zijn’, een vijand nota bene ‘die we moeten elimineren’ juist omdat hij ‘door alle grenzen heen gaat’ – welnu, deze persoon zal vroeg of laat geen informatie accepteren die het gevaar relativeert. Wat dat betreft, is de ‘gehypete’ informatie niets anders dan een soort van informationele incest: je bent alleen nog maar gevoelig voor informatie die de informatie die je al had versterkt. En alles wat daarbij van buiten komt, is cynisch, irrationeel of zelfs te kwader trouw. De hype sluit mensen af voor het andere geluid. Dat is precies waarom in de hype (des)informatie centraal staat. Ze genereert een gevoeligheid voor een bepaald type informatie en een ongevoeligheid voor een ander type informatie: ongevoeligheid voor informatie en gevoeligheid voor desinformatie.”

‘Informationele incest’, hoe bedenk je ‘t?

Spraakmakend

Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, een doorgaans feitelijk-wetenschappelijk en daardoor een beetje saai artsentijdschrift dat in 1857 voor het eerst verscheen, rekent ook een een flink aantal andere gezondheidsklachten tot hypes. De kleine redactie, die kennelijk de eentonige degelijkheid van het blad aan het einde van dit jaar wilde doorbreken door eens iets spraakmakends te doen (en daarin hoe dan ook is geslaagd), heeft een lijstje samengesteld met ‘modeziekten’. Covid-19 is er dus een van.

Het gaat om aandoeningen die regelmatig in de spreekkamer door patiënten worden genoemd, maar waaraan veel artsen zich soms flink blijken te ergeren. Sterker nog, ze beschouwen dergelijke gezondheidsklachten van patiënten dikwijls als onzin, als ingebeelde kletskoek, ook als een verzinsel van commerciële lieden die daarmee veel geld verdienen.

De meeste artsen beschouwen B12-vitaminetekort als aanstellerij, als ‘een georganiseerd lijden met patiënten die te veeleisend zijn’…

Onlangs nog schreef ik op deze gezondheidspagina’s over het tekort aan vitamine B12, waarmee duizenden patiënten in Nederland worstelen. En ze beelden het zich niet in, waarom zouden ze?! De meeste artsen evenwel beschouwen het als aanstellerij, als ,,een georganiseerd lijden met patiënten die te veeleisend zijn en ons ook nog eens vertellen wat ze nodig hebben, namelijk B12-injecties”. Dat is een brug te ver voor veel artsen.

Spreekkamermodes

Die artsen-aversie wordt ook gezien bij andere zo beschouwde ‘inbeeldingsziekten’. Ook hypes dus. Kwalen en aandoeningen, waar duizenden (wat zeg ik: tienduizenden) Nederlanders mee kampen. Zoals post-whiplashklachten, de ziekte van Lyme (tekenbeetziekte), het Chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS), hyperventilatie – ‘Nu zijn burn-out en genderdysforie hot!’, schampert NTvG. En, misofonie (gevoelens van woede en walging ervaren bij het horen van bepaalde geluiden, zoals smakken en kuchen).

Ik gooi er nog maar een laatste woord tegenaan van Damiaan Denys, de aan het Amsterdam UMC verbonden Belgische psychiater. Hij doet onderzoek naar misofonie en wordt door het NTvG op de ‘spreekkamermodes’ losgelaten. ‘Wanneer een hype eenmaal bestaat, moet je vechten tegen een tsunami aan mensen die er veel aan verdienen. In de psychiatrie kunnen we eigenlijk niet glashard bewijzen dat stoornissen bestaan. Maar we kunnen ook niet glashard bewijzen dat ze niet bestaan. Dat laatste is een veel groter probleem, omdat er miljarden worden verdiend aan hypes.’

Welbeschouwd is het decembernummer van dit artsentijdschrift niets meer of minder dan een bundeling verhalen voor en door gefrustreerde dokters…

Foto’s: PIXABAY