Even voorstellen: Ivan Wolffers is schrijver, arts en emeritus hoogleraar. Hij combineert al tientallen jaren zijn liefde voor de wetenschap met zijn liefde voor de literatuur. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht. In de jaren zeventig zette hij, met studiegenoten, de eerste gezondheidswinkels op. Ook schreef hij medische handboeken en werd hoogleraar Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden. Wolffers schreef romans, kinderboeken, medische voorlichtingsboeken en wetenschappelijke literatuur. Zijn meeste recente boek: ‘Overleven (2019)’.

Elke dag probeer ik zinvol te zijn

Ik houd van de bescheiden dagen die bij mijn leeftijd behoren, zonder de heroïsche plannen die me ’s morgens vroeg al dwingen boeken te schrijven voor de eeuwigheid.

Ik houd van de stilte in huis als het leven nog niet goed op gang is gekomen en ik verbaasd besef dat ik er nog ben en de dag nog vol beloften lijkt te zijn.

Ik houd van de nieuwsgierige herfstzon die heel even tussen de wolken doorkijkt om de kleuren van het bos te bewonderen en snel weer verdwijnt omdat ze beseft dat ze te laat is voor het feestje.

Ik houd van de belofte van een eindeloze dag als er in het dorp nog maar een paar auto’s geparkeerd staan en ik de eerste ben bij de sleutelmaker en de bakker waar gesprekken over niets nog niet als tijdsverlies worden gezien.

Ik houd van de trots als ik iets onbenulligs heb opgelost en een van de duizend taken op mijn lijstje af kan strepen en een pauze neem voor de rest die nog komt. Laat maar komen.

Ik houd ervan om als ik nog niet weet wat ik vandaag ga doen de planten water geef en te zie hoe ze verlangend het water op lijken te slurpen om langer te leven, mij voor mijn zorg hun groene licht schenkend.

Ik houd ervan op een nieuwe bladzijde te schrijven alsof alles nog moet beginnen, een nieuw verhaal met onkenbare mogelijkheden, met een einde dat ik weet dat zal komen, maar nog niet hoe.

Ik houd van de grijze dood omdat het een absolute zekerheid is, de punt achter het verhaal, maar ik houd meer van het leven omdat alleen tijdens het bestaan met anderen de liefde mogelijk is.

 

Ik houd van mijn onopgeruimde werktafel, vol onafgemaakte verhalen, waartussen de vriendelijke brieven van mensen en uitnodigen voor feesten die al lang voorbij zijn liggen. Daartussen ligt ook het formulier voor het bloedonderzoek dat ik in februari weer moet ondergaan. In mijn overmoed heb ik daarvoor al een nieuwe agenda aangeschaft. Dat is ook een absolute zekerheid, 2020 zal zeker komen, maar niemand weet voor wie het zal zijn.

Eigenlijk houd ik het meest van alles van de tijd. De tijd waarin mijn bestaan een plaats heeft gekregen.

Eigenlijk houd ik het meest van alles van de tijd. De tijd waarin mijn bestaan een plaats heeft gekregen. Soms vraag ik me af wat we met die tijd moeten doen. Voor ieder is het iets anders is. De oude vrouw die verlangend uit het raam kijkt wachtend op wie er op bezoek komt, maar haar leeftijdgenoten zijn overleden of wonen te ver. Ze vult haar tijd met wachten, niet wetende dat ze op het einde van de tijd wacht. De vrouw die een boek schrijft, van hoofdstuk naar hoofdstuk reist door een tijd die ze zelf heeft bedacht, maar die als ze klaar is met het boek schrikt omdat ze moet besluiten wat ze erna zal doen. De mannen in de dorpskroeg die op zondagmiddag bij elkaar komen om te drinken voeren trage gesprekken over voetbalgesprekken van lang geleden waarvan ze de uitslag vergeten zijn, maken grappen met en over elkaar, maar weten de pointe niet meer tegen de tijd dat hun zinnen voltooid zijn.

Ieder zijn tijd en het is het mooiste als je die tijd zinvol invult, maar als dat niet mogelijk is, dan is de kunst te houden van de zinloze tijd voldoende. Ik ben op dat punt gearriveerd. Elke dag probeer ik zinvol te zijn, maar ik vergeef het mezelf en met mij iedereen rondom me dat de zinloosheid zijn eigen schoonheid heeft en ik daar mededogen mee heb.

Zie ook: https://www.ivanwolffers.nl/