Een opmerkelijke carrièreswitch: van longarts naar fulltime antiroken-activist. Wanda de Kanter (1959) durft die stap moeiteloos aan, na 36 jaar achtereen dagelijks (long)kankerpatiënten te hebben gezien en behandeld. Wanda de Kanter was sinds 2013 werkzaam in het oncologisch ziekenhuis Antoni van Leeuwenhoek (AVL) te Amsterdam. Door actief te vechten tegen de tabaksindustrie probeert zij te bevorderen dat de jeugd een rookvrije toekomst krijgt. Blijvend verbonden aan AVL/NKI is De Kanter ook voorzitter van de Stichting Rookpreventie Jeugd.

Wanda de Kanter: Ik ging geld ophalen voor een nieuw dak van een sportvereniging waar ik geen lid van was. Met dat geld kocht ik sigaretten.

De rokende longarts

In mijn huiswerk-podcast luister ik naar het verhaal van een dochter die altijd maar bang is dat haar moeder zal sterven aan de gevolgen van haar overweldigende rookgedrag.

De dochter klaagt en vraagt, smeekt en doet er werkelijk alles aan haar moeder te overtuigen om te stoppen met roken. Tot de dag dat zij 18 jaar wordt en haar moeder haar nogmaals vraagt: ‘Waarom smeek je me toch steeds? Waarom laat je me niet mijn gang gaan?’

Het antwoord van haar dochter is simpel: ‘Omdat ik zo hartstochtelijk veel van je hou, en niet denk dat ik zónder je kan.’

Haar moeder reageert: ‘Schatje, ik maakte ooit het ergste mee wat ik kon bedenken: net getrouwd, overleed de liefde van mijn leven. En kijk mij hier nu eens staan. Ik kwam er overheen. Lieverd, ook als ik doodga, dan hoef je daar niet bang voor te zijn. Ik weet zeker dat ook jij dat overleeft, je bent altijd sterker dan je denkt.’

Vanaf dat moment geeft haar dochter aan dat haar angst over is.

https://www.nporadio1.nl/podcasts/miss-podcast/889886-278-mischa-in-gesprek-met-wanda-de-kanter

Mijn verleden

Het brengt me terug naar mijn verleden – stoer gaan roken, aangestoken door ouderejaars jongens op mijn kostschool op mijn twaalfde jaar. Vies, hoestend, maar… doorgezet! Niet veel dagen later kreeg ik steeds meer zin in een sigaret.

Ik ontving maar 1 gulden zakgeld per week. Dat was voor bij de Tina, een weekblad voor meisjes, en een zak chips op maandag. Hoe kwam ik aan geld?

Ik ging geld ophalen voor een nieuw dak van een sportvereniging waar ik geen lid van was. Met dat geld kocht ik sigaretten. ‘s Nachts maakte ik een pop in mijn bed van kussens, en rookte stiekem op het balkon. Overdag tijdens de vrije uren op school rookte ik met vrienden. Het duurde niet lang of ik zat aan een pakje per dag.

Toen ik ging studeren, rookte ik op de studentenvereniging. Dat kon ik tot het ochtendgloren volhouden, maar zeker ook als ik nachten lang aan het studeren was voor mijn tentamens. Zó kon ik me goed concentreren…

Kinderen

Direct aansluitend ging ik in opleiding tot longarts. Het was 1984. En vooral tijdens die vreselijk intensieve diensten (zaterdagochtend tot maandagavond, non-stop) rookte ik met de collega’s op de Eerste Hulp. Om wakker te blijven, voor de gezelligheid, voor de ‘bonding’. En niemand die er ooit iets van zei.

Ik werd dus al rap een rokende longarts, net 30 jaar, in het VU Medisch Centrum in Amsterdam, in 1990. Pas toen ik heel graag kinderen wilde hebben stopte ik met roken – ik taalde er zelfs niet naar, omdat ik eigenlijk wist, me althans had voorgenomen, dat dit helemaal geen echt stoppen was, maar tijdelijk voor de periode van een jaar: 9 maanden en drie maanden borstvoeding. Dat patroon herhaalde zich 2 jaar later.

Ik rookte alleen nog maar stiekem, ooit werd ik betrapt door een patiënte.

De wereld om me heen veranderde wel. Er kwamen opmerkingen op dinertjes, dat ik het verkeerde voorbeeld gaf. Ik rookte alleen nog maar stiekem, ooit werd ik betrapt door een patiënte. Ik schaamde me, stopte de brandende sigaret onder tafel – en dat schamen nam toe. Ik wilde niet liegen, niet bedriegen, ik wil integer zijn, maar het verslaafde brein geeft je allemaal gedachtekronkels die je zelf echt gelooft: Ik rook nog maar heel weinig, mag ik ook nog íéts voor mezelf? Ik doe het om me te ontspannen na het drukke en zo zware werk… Gezellig, lekker.’

Op heterdaad

Tot op die dag dat mijn dochter, 14 jaar oud, mij in de nacht, op heterdaad betrapte met een sigaret. En zij was zo ontzettend verdrietig dat ik rookte. Voor haar stond roken gelijk aan de dood. Net als voor die dochter uit de podcast.

Ik wist dat ik voor mijn dochter niet wilde liegen, ik wist dat ik moest stoppen met roken. Het was in 2007, ik was 47 jaar. Ondanks het feit dat ik honderden slechtnieuwsgesprekken had gehouden over longkanker, was dit het moment. Ik las natuurlijk Allen Carr, en besloot dat er een nog beter boek moest komen: glossy, feiten, evidence based. Dat werd Nederland stopt! Met roken, gepubliceerd op Wereld Niet-Roken Dag 31 mei 2008, als hoogtepunt van het 100-jarig bestaan van de NVALT: de longartsenvereniging.

Inmiddels zijn er meer dan 70.000 boeken verkocht en verschijnt binnenkort de 12e druk en is het hét standaard zelfhulp boek op de meeste rookstoppoliklinieken. Essentieel zijn motivatie, inspiratie, kennis en voorbereiding als je gaat stoppen met roken. Stoppen voor een ander is een zeer effectieve motivatie.

Erfelijk

2021: ik ben nu 14 jaar gestopt. En ja ook al kan je uiteindelijk stoppen, het is niet voor iedereen mogelijk: hoe makkelijk je kan stoppen is grotendeels erfelijk bepaald, en omgevingsbepaald. Als iedereen thuis rookt, de nog steeds veel te goedkope sigaretten op elke straathoek naar je schreeuwen, zie dan maar eens te stoppen. Als een longarts die zo ontzettend veel lijden heeft gezien aan longkanker en COPD (longfalen) doorrookt, dan kan je toch niet zeggen dat dat gaat om een vrijwillige eigen welbewuste keuze? Nee, ik was… verslaafd!

Aan de moeder van het meisje in de Podcast kan ik alleen maar zeggen: jij bent nog een tikkie erger verslaafd én je ziet niet dagelijks de gevolgen. Dus nee, ook jij bent niet verantwoordelijk dat jij er op een andere manier mee omgaat…

Ik ben nu 14 jaar gestopt. En ja ook al kan je uiteindelijk stoppen, het is niet voor iedereen mogelijk…