Elk jaar worden in  Nederland ongeveer 45.000 mensen getroffen door een beroerte – een aantal dat gaat toenemen.

UTRECHT – Vrij veel mensen die een beroerte hebben overleefd blijken hun bewegingloze leven van daarvoor voort te zetten. ,,Daarmee vergroten zij het risico van een nieuwe beroerte en alsnog vroegtijdig overlijden.” Dat blijkt uit een studie naar het beweeggedrag van mensen na een beroerte door Roderick Wondergem, onderzoeker in het UMC Utrecht. Hij onderzocht de gezondheidsrisico’s en ontwikkelde een coachingsprogramma.

,,Buitensporig zitgedrag is gewoontegedrag. Om dat te doorbreken, is vertrouwen in eigen kunnen cruciaal”, stelt de fysiotherapiewetenschapper. Wondergem promoveerde afgelopen dinsdag 23 juni aan de Universiteit Utrecht op zijn proefschrift Movement behavior in people with a first-ever stroke.

9,5 uur zitten…

Elk jaar krijgen zo’n 16 miljoen mensen wereldwijd een beroerte. In Nederland zijn dat er ongeveer 45.000. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal toenemen, voor een groot deel door de vergrijzing. Behalve risicofactoren als een hoge leeftijd en een hoge bloeddruk spelen leefstijlfactoren bij beroerte een belangrijke rol, waaronder weinig bewegen. ,,Wie een beroerte heeft overleefd, langer dan 9,5 uur per dag zit en minder dan 150 minuten per week matig of intensief beweegt, loopt risico op vroegtijdig overlijden”, zegt Roderick Wondergem in een publicatie van het UMC Utrecht. Als fysiotherapiewetenschapper onderzocht hij het beweeggedrag van mensen na een beroerte.

Onderzoeker UMC Utrecht: Van de overlevers overlijdt de helft binnen vijf jaar en krijgt een kwart een tweede beroerte.

,,Door de verbeterde acute zorg zullen steeds minder mensen aan een beroerte overlijden”, vertelt Roderick. ,,Maar van de overlevers overlijdt de helft binnen vijf jaar en krijgt een kwart een tweede beroerte. Verder ervaart een aanzienlijk deel van de patiënten – zo’n veertig procent – een achteruitgang in het dagelijks functioneren. Daarom was de verwachting dat mensen hun beweeggedrag na een eerste beroerte wel zouden aanpassen, maar dat gebeurt niet of nauwelijks. Of iemand bij thuiskomst uit het ziekenhuis nu veel of weinig beweegt, dat blijft hetzelfde. Hetzelfde geldt voor zitten: als mensen veel zitten, blijven ze dit doen.”

Beweeggedrag

Voor zijn onderzoek analyseerde Wondergem de gegevens van de zogeheten RISE-cohort studie. Hierin werden 200 mensen na een eerste beroerte 2 jaar lang thuis gevolgd om hun zit- en beweeggedrag in kaart te brengen. Roderick Wondergem onderscheidt daarbij drie groepen: 32 procent zit meer dan 12 uur per dag en beweegt nauwelijks, 45 procent zit 10 tot 12 uur per dag en beweegt licht tot matig (activiteiten in en rond huis, fietsen/wandelen) en 22 procent beweegt voldoende (sporten, stevig fietsen/wandelen).

Bij de eerste groep, die meer dan 12 uur per dag zit, is het meeste rendement te halen. Roderick: ,,Het maakt veel verschil of mensen voornamelijk zitten en niet voldoende bewegen of dat mensen veel zitten maar op een dag wel voldoende fysiek actief zijn. Na een beroerte functioneren beide groepen in eerste instantie op hetzelfde niveau, maar na anderhalf jaar gaan de mensen uit de eerste groep sneller achteruit en merken ze dat in hun dagelijks leven. Elke beweging telt voor die mensen, elke beweging draagt bij aan de gezondheid. Het doorbreken van ongezond zitgedrag is voor deze groep effectiever dan proberen fysieke activiteiten te stimuleren.”

Mensen zijn na een beroerte vaak moe en angstig en vragen zich af of ze bepaalde dingen nog wel aankunnen. Er is geen vertrouwen in eigen kunnen.

Binnen de beroerterevalidatie is het beïnvloeden van zitgedrag een nieuw doel. Roderick: ,,Het gaat hier niet om een bewuste keuze om meer te gaan bewegen, iets wat je in je agenda kunt inplannen, maar om gewoontegedrag dat doorbroken moet worden. Daarom hebben we met de groep ‘zitters’ een gedragsinterventie ontwikkeld. Cruciaal daarbij is zelfeffectiviteit, zeg maar: vertrouwen in eigen kunnen. Mensen zijn na een beroerte vaak moe en angstig en vragen zich af of ze bepaalde dingen wel aankunnen. Sommigen hebben dan de reflex: ‘Ik ga maar gewoon zitten, dan weet ik zeker dat ik niks fout doe.’ Terwijl het juist zo belangrijk is om zelf dingen te doen, bijvoorbeeld koffiezetten of een boodschap doen. Als je om het half uur een stukje loopt, daalt je bloeddruk al met 5 mmHg.”

Foto: PIXABAY