Expertisecentrum Sterven: Jongeren denken vaker na over hun eigen dood

ROTTERDAM – Een op de drie Nederlanders is zich de afgelopen anderhalf jaar bewuster geworden van de eigen sterfelijkheid.

Dat blijkt uit onderzoek van door het Landelijk Expertisecentrum Sterven, uitgevoerd door marktonderzoeker MarketResponse. Vandaag, maandag 24 mei, is door het expertisecentrum uitgeroepen tot Nationale Dag Aandacht voor Sterven.

In het bijzonder denken jongeren vaker na over hun eigen dood en willen daar ook meer over weten.

Vooral jongeren tussen 18 en 24 jaar en jongvolwassenen (25-34 jaar) geven aan dat zij vaker dan gemiddeld bewust bezig zijn met hun overlijden. Vooral scholingstrajecten (29 procent) en de telefonische bijstand (25 procent) hebben de belangstelling van jongeren.

Vertrouwen

,,Jongeren dragen daarmee indirect bij aan een positieve verandering van de stervenscultuur in Nederland – van angst naar vertrouwen. Daar zijn we heel blij mee,” zegt voorzitter Ineke Visser van het expertisecentrum.

Door de coronapandemie is de kijk op sterven in Nederland veranderd. Bijna 75 procent van de Nederlanders dacht vóór het uitbreken van de corona-epidemie weleens na over zijn eigen dood, nu is dat 88 procent. In de afgelopen decennia is sterven in onze maatschappij steeds meer weggedrukt. Belangrijke oorzaken zijn de toegenomen secularisatie en de voortschrijdende medicalisering, waardoor het bewustzijn van sterfelijkheid wordt verdrongen.

Luisteren

De Rotterdamse oncologisch chirurg Casper van Eijck heeft frequent met de dood van patiënten te maken. In het tijdschrift Drempel van het Landelijk Expertisecentrum Sterven. noemt hij ‘te veel praten’ de grootste fout die artsen maken in een slechtnieuwsgesprek. ,,Een gesprek over de dood moet vooral bestaan uit luisteren.”

Van Eijck heeft zich als oncologisch chirurg gespecialiseerd in alvleesklierkanker, een van de meest dodelijke vormen van kanker. De dood hoort dus bij zijn dagelijkse praktijk. ,,Ik vind het totaal niet ingewikkeld om over de dood of over sterven te praten. Maar er zijn natuurlijk een hele hoop mensen die er níet over kunnen of willen praten. Ik respecteer de wens van de patiënt. Wat ik onderzoekers en assistenten leer, is dat de patiënt de vragen moet stellen en dat je dan zo eerlijk mogelijk antwoord moet geven. Meer niet.”

Sámen

In het Erasmus MC werkte Van Eijck mee aan het maken van een cursus over het voeren van een slechtnieuwsgesprek. ,,De optimale begeleiding bestaat er wat mij betreft uit dat je mensen vrij laat om ziek te zijn en te sterven op hun eigen manier. Stil zijn. Luisteren. Ga niet zeggen hoe het moet: omgaan met ziek zijn, sterven. Maar we kunnen wel hélpen; we doen het samen.”

Oncologisch chirurg Casper van Eijck: De grootste fout die artsen maken in een slechtnieuwsgesprek is: teveel praten…